29 Mei 2018.

Pantano de los Bermejales – Alfarnate

Nadat Wim eerst zichzelf en daarna voor een deel zijn tent gewassen heeft, gebruiken we een stevig ontbijt en verlaten we rond de klok van negen Camping Keutelveld. We dalen geleidelijk af naar de stuwdam van het Embalse de los Bermejales. Zoals gebruikelijk is dit het laagste punt en altijd imposant als je aan de waterloze kant naar beneden kijkt. Tot een stuk voorbij Alhama de Granada zitten er twee lange, niet al te zware beklimmingen en een afdaling in het vat. Als we de El Navazo zijn afgedaald zien we bij Restaurante San Marcos een uitnodiging voor een menu del dia. In broederlijk overleg zijn we er gauw uit dat we dit niet af kunnen slaan voor acht euro per persoon. Het brood en beleg komen ongetwijfeld later nog van pas. Gebogen over het keuzemenu klinkt het: Zijn jullie Nederlanders? De vrouw van de eigenaar is een landgenote en woont inmiddels dertien jaar in Spanje, spreekt vloeiend Spaans maar vind het leuk om weer eens Nederlands te kunnen praten. Ze voorziet ons van een heerlijke kippensoep en een perfect gebakken visje. We vragen haar de keuken te complimenteren. Bij het verlaten van de zaak staat een breed lachende kokkin ons uit te zwaaien vanachter het doorgeefluik. De boodschap is blijkbaar goed overgekomen! Al gauw fietsen we door een vrij vlak en steeds breder wordend dal. Op de lange rechte weg speelt de tegenwind ons behoorlijk parten. In dit dal wordt in hoofdzaak tuinbouw bedreven. De teelt bestaat voornamelijk uit: sla, uien, tomaten, kool, wortelen en artisjokken. Ter hoogte van Zafarraya houdt het dal op te bestaan en klimmen we van negen- naar elfhonderd meter, we zakken weer wat en klimmen weer iets voordat we het bergdorpje Alfarnate in zicht krijgen. In het routeboek staat bij deze plaats alleen een ledikantje getekend en verder geen informatie. Joost raadpleegt zijn smartphone en ziet dat er zelfs twee overnachtingsadressen zijn. Op naar Alfarnate!  Op het aangegeven adres wordt ons vanaf het balkon duidelijk gemaakt dat verhuur verleden tijd is en dat geldt ook voor adres numero twee. In de tegenovergelegen bar wordt door de locals naarstig ruggenspraak gehouden en het wordt ons duidelijk dat we Tonio moeten volgen. We lopen een paar straatjes door en krijgen van hem een teken om te stoppen en te wachten. Zelf loopt hij verder en hebben wij hem niet meer in zicht. Even later komt hij weer terug en moeten we weer volgen. We stoppen bij een garage waar we de fietsen kunnen stallen en halen er de noodzakelijke tassen vanaf en nemen deze mee. We volgen Tonio weer en belanden uiteindelijk in een volledig gemeubileerd appartement van alle gemakken voorzien. Tonio maakt koffie en leidt ons rond voor tekst en uitleg. Het hoogtepunt is voor ons de tafel in de eetkamer. Hierover is een kleed gedrapeerd tot op de grond. Als Tonio het kleed opslaat staat er onder de tafel een kleine ringvormige gasbrander die hij aansteekt en op een laag pitje laat branden. De benen moeten onder de tafel en het kleed laat je op je schoot naar beneden vallen. Volgens Tonio kan het soms frigo zijn en is dit de enige warmtebron in zijn appartement. Zie het maar als een moderne versie van een gloeiend kooltje in een stoof! Met warme beentjes onder de tafel verorberen we de broodmaaltijd die we tussen de middag uitgespaard hebben. Rest ons een woord van dank aan de 92- jarige moeder van Tonio. Op het moment dat hij bij ons uit het zicht was is hij bij haar gaan vragen om voor één nachtje weer eens thuis te mogen slapen!  Muchas Gracias Señora.

Dit bericht is geplaatst in Spanje 2018. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.