7 juni 2017.

woensdag 7 juni 2017
Bondy – Compiegne
 
Na het ontbijt vervolgen we de route verder langs het Canal in oostelijke richting. In het plaatsje Mitry-le-Neuf eindigt eindelijk de bebouwing van de Parijse voorsteden en moeten we over de brug naar de andere oever. Voordat we dat doen gaan we eerst op zoek naar een kop koffie. Het is vandaag marktdag in Mitry-le-Neuf en een drukte van belang. We moeten tussen de marktkramen door laveren om koffie te kunnen drinken bij een Portugese bakker. Het is opvallend dat zowel bevolking als middenstand vrijwel geheel uit import bestaat. Het is een smeltkroes van nationaliteiten en een en al levendigheid in en om de marktkramen en in de winkels.
Weer op pad rijden we met een grote boog om Aéroport de Paris-Charles de Gaulle heen en kruisen zodoende de aanvliegroute. Tussen het grote aantal vliegtuigen op weg naar de landingsbanen treffen we tot tweemaal toe het grootste verkeersvliegtuig van Airbus, de A.380. Nou als die over komt willen we maar wat graag even stoppen! We rijden over het platteland met vrijwel uitsluitend landbouw. De dorpjes zijn klein en hebben geen of minimale voorzieningen. Het is dan ook weer zoeken geblazen om vóór twee uur een restaurantje te vinden voor de middagmaaltijd. Net voor die tijd kunnen we nog ergens aan tafel maar dan wel rapidement! Wat we aanwijzen op het Menu de Jour is er niet meer dus moeten we het doen met wat er nog wel is. Het voorgerecht, een schaaltje rauwkost, kan er nog mee door maar het hoofdgerecht lijkt regelrecht uit de gaarkeuken te komen. We delen samen een literblik met doperwten en wortel en krijgen er elk twee slavinken bij die dobberen in het groentenat. Dobberen was deze slavinken niet vreemd, dat hadden ze waarschijnlijk de hele morgen al in de jus gedaan want er zat werkelijk geen kraak of smaak meer aan. Bah!
Het begint al avond te worden als we in Compiegne op zoek gaan naar een slaapplaats. Na de i-pad geraadpleegd te hebben spoeden we ons naar het nabijgelegen Campanile Hotel. Als we bij een infobord de prijs voor een kamer zien, zitten we rap weer op de fiets. Negenennegentig euro per nacht vinden we toch wel iets teveel van het goede! We rijden richting centrum waar meerdere hotels moeten zijn. Bij toeval passeren we een St. Jacobs kerk. Toch maar even kijken, misschien is er een mogelijkheid om te overnachten. En Jacobus zij dank die is er in de vorm van een Gite des Pélerin, maar….. hij is wel gesloten! Er staat aangeplakt dat als je hier wilt overnachten je rond de klok van zes uur aanwezig moet zijn omdat er dan een vrijwilliger komt die je inschrijft, met je afrekent en je de code van de toegangsdeur toevertrouwd. We bellen enkele malen het vermelde 06- nummer maar krijgen geen gehoor. Als we net staan te overleggen wat nu te doen wordt de deur van binnenuit geopend door een daar aanwezige Belgische fietser. We mogen naar binnen, maken een keus uit acht van de tien bedden, spoelen het stof en de vermoeidheid van ons lichaam terwijl ondertussen de belgische fietser in vloeiend Frans een boodschap op het antwoordapparaat inspreekt van het 06- nummer, zodat de vrijwilliger op de hoogte is dat we er zijn. Later op de avond maken we nog kennis met Sjaak Franken uit Bergen op Zoom. Sjaak is lopend onderweg naar Lissabon en doet dat via Santiago de Compostela. Voor de totaal drieendertighonderd kilometer heeft hij vijf maanden uitgetrokken. De gezellige conversatie met Sjaak wordt om tien uur abrupt afgebroken want de Belgische fietser wil graag onder de wol en conform de regelementen mag om tien uur het licht uit en moet het dan stil zijn op de slaapzaal. Nou, welterusten dan maar!  
 
 

Dit bericht is geplaatst in Spanje 2017. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.