Melnik – Sadská

Het is 11 mei 2013. Om half acht mogen Wim en Joost genieten van een ontbijtbuffet, de fietsen staan dan al bepakt en bezakt gereed. De bedoeling is om te kamperen bij het plaatsje Stará Boleslav dat iets boven Praag ligt. Na achtentwintig kilometer en even voor tienen zijn ze er al!

De camping is niet wat ze ervan verwachten, zelfs verre van dat. Hier willen de broers absoluut geen twee nachten doorbrengen en ze besluiten iets anders te zoeken in de buurt van een station, omdat ze morgen een dagje naar Praag willen met de trein. De keus valt op het nabij gelegen plaatsje Láznê Touseń, maar eerst koffie. Dat valt echter niet mee.

Bij een bakker denken ze raak te schieten, want hij prijst in de etalage diverse soorten koffie aan. Het blijft bij aanprijzen, want koffie wordt niet verkocht. Met een koek in de hand verlaten ze het winkelpand. Na de eerste hap stopt de vriendelijke fietser bij de broers, die ze even daarvoor hebben gesproken toen ze hem naar de weg vroegen. Hoewel Wim en Joost hem niet verstaan, begrijpen ze dat ze hem moeten volgen.

De koeken gaan de tas in en de broers moeten fors op de pedalen om hem bij te houden. Hij gidst hen naar een fietspad langs de Elbe wat Wim en Joost zelf, op zijn eerdere aanwijzingen, nooit gevonden hadden. Onderweg lopen ze twee mountainbikers in, waarmee de gids in conclaaf gaat. Hij regelt het dat deze jongens de broers verder begeleiden naar het verderop gelegen Celákovice.

Wim en Joost bedanken hun gids en bieden hem een paar delftsblauwe klompjes aan, alsmede hun visitekaartje. De mountainbikers zetten de broers af voor het station. Ze bekijken eerst of – en hoe laat – er treinen gaan naar Praag en gaan dan op zoek naar een verblijf voor de nacht. Ze volgen de bordjes naar het enige pension van het plaatsje. Bij elk nieuw bordje blijft het steeds tweehonderd meter. Als ze na één kilometer aankomen, blijkt alles volgeboekt en krijgen ze het advies door te rijden naar Mochov, wat circa vijf kilometer verderop ligt. Ze raadplegen de kaart en zien dat er ook een station is, dus dat zit goed.

Aan onderkomen geen gebrek, maar het station was in verre staat van ontbinding en aan de roestige rails te zien was hier al jaren geen trein meer geweest. Ondertussen begon het weer zachtjes te spikkelen. Bij een tankstation schuilen Wim en Joost even. Eindelijk kunnen ze hun aangesproken koek wegspoelen met een kopje koffie. Ze rijden door naar Sadská en inspecteren voor de derde keer vandaag een station (eigenlijk de vierde, als je het tankstation meetelt). Ook dit station ziet er bouwvallig uit maar de rails zijn in goede staat.

Binnen is een wachtlokaal, met zelfs een loket wat bevrouwd is. Volgens de dienstregeling kunnen ze van hieruit elk uur naar Praag. Nu nog een bed voor twee nachten en dan zijn ze onder de pannen. Een perfect Engels sprekende jonge vrouw wijst de broers op de twee mogelijkheden hier ter plaatse. Ze kiezen voor het eenvoudige hotel met één blauwe ster.

Gelukkig hebben ze een kamer voor de broers. Nadat ze de tassen naar boven gebracht hebben, eten ze eerst een broodje en verzorgen zichzelf en de was. Die hangt nu te drogen aan een geïmproviseerde waslijn die vanaf de gordijnroe (ja, ja Bas) via een kledingskast naar een kapstokhaakje loopt.

De geïmproviseerde waslijn

De geïmproviseerde waslijn

Wim en Joost weten inmiddels ook waar de blauwe ster op slaat, namelijk op de prijs en de uitstekende kwaliteit van de maaltijd. Waar krijg je tegenwoordig nog een voorgerecht, een hoofdgerecht, 0,8 liter bier en een heerlijke espresso voor nog geen tien euro?

Voor de broers als echte Zeeuwen kan de dag niet meer stuk.

Dit bericht is geplaatst in Praag 2013, Tsjechië 2013. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.