Lago di Vigo – Prima Porta

Het is donderdag 10 mei 2012. Wim en Joost hebben de avond ervoor eenvoudig doch voedzaam gegeten. Ze moesten tot na achten wachten voordat er iets op tafel kwam. Ze waren dus behoorlijk hongerig. Na elke gang waren de bordjes schoon leeg. Zeer schoon zelfs, waar de korstjes van het brood al niet goed voor zijn!

De vriendelijke ober die hen bediende zag de hele situatie lachend aan. Zulke goede eters trof hij waarschijnlijk niet zo vaak. Hij deed zelf ook nog een duit in het zakje, hij bracht een in acht punten gesneden vers gebakken krokante pizzabodem. Heerlijk, er bleef geen kruimel over. De bordjes waarop de tiramisu geserveerd werd gingen helaas niet zo schoon naar de keuken, want er was geen korstje brood over om de sporen chocoladesaus vakkundig te verwijderen.

Nadat ze bepakt en bezakt zijn – en betaald hebben – nemen de broers afscheid van de campingcrew, waarmee ze vanaf het moment van aankomst leuk contact hebben. Op dat moment vermoeden de broers niet dat ze hen nog twee keer zullen spreken. Omdat Wim en Joost nog niet ontbeten hebben, stoppen ze bij de eerste de beste bar waar ze langs fietsen. Ze worden verwelkomd door de campingcrew, die al aan de koffie zit. Ze weten wat Wim en Joost altijd bestellen en roepen in koor: “Due cappuccino!” Hilariteit alom. Zij vertrekken en zwaaien de broers gedag.

Als Wim en Joost na 10 minuten ook de bar verlaten, zitten ze buiten nog op het terras en bestuderen aandachtig de fietsen. De broers geven hen nog wat uitleg en stappen op. Arrivederci. Na enkele kilometers rijdt de campingcrew luid toeterend voorbij. Ze zijn op weg naar het ziekenhuis, waar één van de jongens een foto van zijn enkel moet laten maken omdat hij gisteravond onderuit gegaan is met zijn motor.

Tegen de middag zoeken de broers in Civita Castellana een alimentari om wat boodschappen te doen. Ze vragen het aan een lokale politieagent, die het een en ander uitlegt in zijn moedertaal. Hij zegt blijkbaar ook dat hij ze erheen zal brengen, want hij geeft aan dat ze hem moeten volgen. Daar lopen ze dan, de vaders, achter een grote rijzige agent, alsof ze opgebracht worden! Ze zijn zo onder de indruk, dat ze de door hem aangewezen winkel straal voorbij lopen. Maar hun redder bracht hen snel weer op het rechte pad. Hij heeft blijkbaar vaker met dat bijltje gehakt!

In de winkel vist Joost de dagelijkse liter melk uit het schap en overhandigt deze aan de winkelmevrouw. Ze laten een stukje kaas en wat vleeswaren afsnijden en zoeken een mooi knapperig broodje uit. Als laatste vragen ze een grote fles water singaz. Als ze op het punt staan te betalen, vraagt Wim “Is dat wel melk?”. Joost vraagt: “Latte biologi?”, waarop de mevrouw antwoordt: “No, no vino blanco”.

Nog voordat ze van de melk gedronken hebben is Joost al in de olie, met als gevolg dat zijn stuurtas in de winkel blijft staan. Op weg naar de deur komt de attente winkelmevrouw Joost al tegemoet en overhandigt al lachend zijn tas.

Terwijl ze iets verderop in een dorpje het zojuist gekochte lekker zitten te verorberen, worden ze opgeschrikt door een snerpend fluitje dat aan een politieman toebehoort. Er staat een auto fout geparkeerd. Op deze manier wordt de overtreder opgetrommeld. Die is rap ter plaatse en na een reprimande mag hij zonder bekeuring vertrekken. Toch makkelijk zo’n fluitje. ’s Middags maken ze bivak op de camping Tiber in het plaatsje Prima Porta. Omdat deze camping ongeveer 20 kilometer van het centrum van Rome afligt, is dit een prima uitvalsbasis om met de trein en metro morgen de stad te bezoeken.

Dit bericht is geplaatst in Italië 2012. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.