Noia – Cardalda

Het is donderdagochtend 2 juni en de broers ontbijten in het hotel, waar ze geroosterd brood met gebakken eieren en een kop koffie voorgeschoteld krijgen. Vanuit Noia volgen ze de pelgrimsroute richting Portugal. Ze rijden daar de camino in tegenovergestelde richting. Het routeboekje wijst ze naar het plaatsje Padron, een afstand van 28 kilometer. Ruim meer dan de helft is klimmen, de rest is een afdaling over een niet al te beste weg, oppassen geblazen dus!

Na die rit wordt er koffie gedronken op een zonovergoten terras en ongevraagd krijgen ze elk een plakje cake, een wafeltje en een koekje erbij. Lekker snoepen dus. De kosten? In totaal twee euro. Dat is wel even wat anders dan een stukje tarte de Santiago voor 3,80!

In Padron verlaten de broers definitief het routeboekje en oriënteren zich verder op de kaart van Portugal. Dat is even wennen, omdat heel veel kleine plaatsjes niet op deze kaart voorkomen. Verder kijken dan je neus lang is, is hier het devies.

Van Izaak en Riet hebben de broers gehoord dat er een camping is in Vilagarcia de Arousa. Dit ligt op zo’n 54 kilometer van Noia. Een kort traject vandaag en dat komt goed uit, want Joost en Wim willen de was doen en hebben nog een aardig deel van de verslaglegging in te halen. In Vilagarcia de Arousa lunchen ze op een bankje aan de Mauen.

Het is één en al bedrijvigheid. De kokkelvissers komen binnen en brengen hun vangst naar een soort visafslag. De kokkels die in netjes zitten worden hier gewogen. De visser krijgt hier een bewijs van en stort de kokkels vervolgens in een plastic bak, en doet het bewijsje erbij. Tegen de tijd dat de broers verder gaan, staat de hal al behoorlijk vol met bakken van allerlei groottes. De inhoud varieert van 1 tot 10 kilo. Kopers zijn er ook, voornamelijk eigenaren van viswinkels en restaurants.

Eenmaal weer onderweg kijken de broers goed uit naar bordjes met campings erop, maar zien niets. Een mevrouw helpt hen op weg door te zeggen dat ze de kustweg moeten blijven volgen. Inmiddels zijn ze Vilagarcia alweer uit en hebben zo’n drie kilometer langs een industrieterrein gereden. De twijfel slaat toe dus gaan ze het nog maar eens vragen. Ditmaal in een cultureel centrum.

Joost en Wim krijgen te horen dat ze op de goede weg zitten, maar dat het zeker nog 15 kilometer verder is. Voor alle zekerheid raadplegen ze een collega die ervan overtuigd is dat ze slechts de helft van die afstand hoeven te fietsen. Dat klopt vrij aardig, want na 8 kilometer rijden ze de door Izaak en Riet geselecteerde camping op. Ze mogen zelfs een plaats uitzoeken en later komen om in te schrijven en te betalen.

Bij het zoeken naar een geschikte plaats valt op dat er onder een bepaald soort bomen veel zaadbolletjes liggen in de vorm van elzenproppen, zoals we die in Nederland kennen. De broers pakken de spullen van de fietsen en spreiden het grondzeil van de tenten op de grond. Joost kijkt naar zijn sandalen en denkt: “Getverderrie, hondenstront! Wie laat zijn hond nou op de camping poepen?”

Als ze nog eens goed kijken blijkt het geen hondenpoep te zijn, maar zijn het de zogenaamde elzenproppen. Deze bevatten net als een vijg een kleverige substantie met zaadjes. Snel verkassen ze naar een minder mooi maar proploos plaatsje onder een plataan. De kleverige substantie krijgen ze met veel moeite vanonder het schoeisel vandaan. Als de was in de wind wappert en de broers zich gedouchet hebben, gaat Joost nog even met het tekeningetje langs de receptie.

Zo, de tafel en de stoeltjes zijn ook weer geregeld en ze krijgen er nog een gulle lach van de campingmevrouw bij. Als Joost zijn secretariële werk weer oppakt gaat Wim boodschappen doen in het nabijgelegen Eroski-center. Na een uitgebreide maaltijd buiken ze nog even uit bij een kopje koffie en gaan daarna naar bed. Ze doezelen weg op het gekwetter van hun Spaanse medekampeerders die, zo hebben de broers ervaren, vaak tot middernacht hun spreekvaardigheid op peil houden.

Dit bericht is geplaatst in Spanje 2011. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.