Urdos – Berdún

Joost en Wim hebben vannacht weer heerlijk geslapen, vlak naast het ruisende riviertje dat langs de camping loopt. De tenten zijn weer kleddernat van de condens; het is weer een koude nacht geweest. Ze zitten op een hoogte van 760 meter. Deze dag zullen ze over de Col du Somport gaan en het vooruitzicht stemt niet zo vrolijk. De broers weten namelijk dat er vanaf hier tot de Col du Somport geen enkele meter vlak zal zijn. Vanaf de camping naar het dorp alleen al krijgen ze 12% voor de kiezen. Goeiemorgen!

De winkel voor brood is nog gesloten, maar de aardige mevrouw doet hem voor onze pelgrims een kwartier eerder open. Gewapend met twee broden en een doos muesli-repen gaan Wim en Joost het gevecht met de berg aan. Vanuit Urdos moeten ze 880 hoogtemeters overwinnen.

De eerste zes kilometer hebben een gemiddeld stijgingspercentage van 7%. Daarna wisselt het tussen de 8% en 10%. Na iedere 120 hoogtemeters die de broers overwinnen, wordt er kort gepauzeerd. Ze dronken een glas, deden een plas, maar het hellingspercentage bleef wat het was.

Tijdens één van deze pauzes passeren een stuk of acht trikes, deze motoren rijden bergopwaarts met aan hun trike complete travelsleepers gekoppeld. Een uitbundig gezelschap dat de broers vrolijk toezwaait. Joost en Wim denken dat dit misschien ook iets is voor Izaak en Riet; dan kunnen ze de vouwfietsen met pensioen sturen.

Na iedere stop wordt het zwaarder. De krachten nemen langzamerhand af. Rond 12:00 staan de broers met een voldaan gevoel op de top van de Col du Somport. Die overwinning moet gevierd worden! Na een uitgebreide fotosessie (met dank aan een Spaanse meneer) trakteren de broers zich op een lekker kopje Spaanse koffie met een stukje Spaanse home-made cake. Hier krijgen ze ook nog eens de eerste Spaanse stempel, een hele mooie!

Broeders aan de top!

Broeders aan de top!

Na alle inspanningen gaat het feest nu echt beginnen. De broers staan nu op 1640 meter hoogte en zullen over een lengte van 7 kilometer afdalen naar 1200 meter. Met het extra gewicht van de koffie en cake hoeven ze niet bang te zijn dat ze stil komen te staan. Joost en Wim schrijven: “Het is maar goed dat we tijdens de afdaling stevig afremden, anders waren we ’s avonds al in Santiago aangekomen.” Dat moet een fijne afdaling geweest zijn.

Op het traject Canfranc-Jaca was er opvallend veel politie op de been. De auto’s van de Guardia Civil reden overal. Op een gegeven moment dachten de broers dat iedere personenwagen begeleid werd door een een politieauto. Na Jaca werden de auto’s bijna niet meer gespot. Misschien wil de Guardia Civil indruk op je maken zodra je Spanje binnenkomt.

In Jaca willen de broers twee kerken bezoeken, maar die bleken allebei gesloten te zijn. Aan de rand van Jaca is een camping, maar die ziet er zo onverzorgd uit dat de doorgewinterde kampeerders besluiten om verder te rijden naar Santa Cilia de Jaca. Volgens het boekje is de grote camping daar het hele jaar geopend. Bij aankomst blijkt echter dat het hek gesloten is en een groot vel papier vermeldt in keurig Engels “Closed”.

Aan twee mannen, die door het hek de camping verlaten, wordt gevraagd wat er aan de hand is. Het enige dat Wim en Joost te horen krijgen is “Camping closed”. Het routeboek wordt geraadpleegd om te kijken wat nu de mogelijkheden zijn. In Berdún, zo’n 12 kilometer verderop, moet een auberge voor pelgrims zijn. De broeders gaan daarheen, want ze hebben geen zin om 16 kilometer terug te fietsen naar Jaca. Dagelijks merken de broers dat het venijn hem in de staart zit. Het prachtige dorpje ligt hoog op een heuvel. Dat is geweldig als je van het uitzicht wil genieten, maar minder prettig aan het einde van een pittige fietsdag.

De kamer in de auberge wordt geregeld. Er is een redelijk schone badkamer die met andere gasten gedeeld moet worden. De kamer van de broers is ook netjes en het beddegoed is fris en schoon. De slaapzakken kunnen dus ingepakt blijven. Het keukentje is niet veel soeps, Wim trekt een extra handdoek uit de linnenkast en legt deze over het tafeltje zodat ze daaraan kunnen eten. De fietsen mogen ook binnen staan, en wel in de voorraadruimte van het hotel waarvan de auberge een onderdeel is. Ze staan daar goed tussen de dozen frisdrank, een baal uien, paprika’s, een vriezer vol vlees en vis en aan de balken hangen gedroogde worsten.

In de loop van de avond komen er nog twee Franse gasten bij. Zij krijgen de kamer met het tweepersoonsbed. We eten ’s avonds pasta met lekkere verse groentes en verse worstjes (uit eigen voorraad!). Een mooi einde van een warme, zonnige dag.

Dit bericht is geplaatst in Frankrijk 2011, Spanje 2011. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.