Berdún – Lumbier

De broers ontwaken in een gewoon bed in plaats van in een tent. Dat was lang geleden! Wim heeft prima geslapen, maar voor Joost was deze omslag wat groot en de nachtrust wat minder. Na een stevig ontbijt gaan de broers weer op pad, maar niet eerder dan dat ze genoten hebben van de werkelijk prachtige uitzichten over de vallei Rio Aragon.

De Van der Males zoeven door de smalle straatjes en slingeren door de vele S-bochten het dal in. De route loopt over de N240 met aan de linkerkant een groot stuwmeer. Aan de rechterkant zijn ze op diverse plaatsen bezig met de aanleg van een nieuwe vierbaansweg. Vlak voor Yesa zijn ze bezig een gigantische dalbrug te bouwen. De enorme pijlers van zeker 50 meter hoog staan al klaar. De Spaanse bruggenbouwers zijn bezig om de liggers op de pijlers te plaatsen met twee enorme mobiele kranen. De mannen bovenop de pijlers lijken net Playmobil-poppetjes, zo klein. Joost en Wim staan zeker een half uur te kijken hoe de ligger goed op de pijler komt te liggen en de Playmobil-mannetjes deze verankerd hadden. Fascinerend allemaal.

De Spaanse werkers, door Wim en Joost omschreven

De Spaanse werkers, door Wim en Joost omschreven

De koek is nog niet op, want een kilometer verderop zijn de Spanjaarden bezig voorbereidingen te treffen voor het bouwen van een andere stuwdam, een stuk hoger dan degene die er nu ligt. Interessant om het allemaal te zien gebeuren, al hebben de broers er wel een eind voor moeten fietsen!

Even verder, in Sangüesa, eten de broers brood op een pleintje middenin het stadje. Een jongetje rijdt rondjes voor ze langs en zijn broertje probeert het skeeleren onder de knie te krijgen. Joost en Wim bieden de kinderen een mooie sticker van Sint Jacob aan. Verlegen pakken ze het aan. “Zo te zien zijn ze er wel blij mee. Wat zouden ze thuis vertellen?” vragen Joost en Wim zich af.

Vijf kilometer buiten Sangüesa bij het plaatsje Liédena gaat de weg over van asfalt naar gravel. Dit pad voert de fietsers langs de rand van een smalle, diepe kloof. Hoge bergwanden omringen de broers. In de lucht zien ze een stuk of zeven grote gieren zwevend langs de rotswanden op de thermiek die uit het dal opstijgt. Het is een prachtig gezicht. De route voert verder door een tunneltje waar een bocht in zit. Verlichting is niet aanwezig.

Het eerste stukje is nog wel te doen, maar daarna moet de fietsverlichting toch echt aan. Zelfs voor verlichte pelgrims blijft het erg moeilijk je te oriënteren in het donker. Als ze door de bocht van de tunnel zijn, zien ze in de verte de door de zon verlichte uitgang. Duidelijk zien ze de silhouetten van twee fietsers met bepakking. Als ze dichterbij komen zien ze dat het de Amerikanen zijn die ze enkele dagen geleden hebben ontmoet. De verrassing is van beide kanten even groot. Hoe is het mogelijk dat je zonder iets af te spreken elkaar op deze plaats weer weet te treffen?

De vriendelijke Amerikanen Tei en Cecil

De vriendelijke Amerikanen Tei en Cecil

De Amerikanen (Tei en Cecil) hadden iemand van de lokale bevolking gesproken, die hen op dit schitterende traject gewezen had. Er wordt wat bijgepraat en e-mailadressen worden uitgewisseld om later foto’s te versturen. Ook vertellen Joost en Wim over de website, die ze ongetwijfeld gaan bezoeken.

Bij de eerste ontmoeting hadden Joost en Wim een en ander verteld over Sint Jacob en dat de Jacobsschelp daar het symbool van was. Cecil zei dat ze, nu ze dit wist, ineens zag op hoeveel plaatsen dit was afgebeeld en hoeveel mensen zo’n schelp bij zich droegen. Ze vindt het geweldig dat zoveel mensen met de pelgrimsgedachte zich naar Santiago de Compostella begeven. Joost en Wim geven de Amerikanen het advies om door de tunnel te lopen en nemen afscheid voor altijd. Of zou er nog een derde ontmoeting komen?

De campingbaas in Lumbier voorziet de broers bij aankomst meteen van een stempel in het pelgrimspaspoort. Op de camping maken ze kennis met twee echtparen, een uit Duitsland en een uit Zwitserland. Beide koppels zijn zeer geïnteresseerd in de trektocht van de broeders. Vooral de Duitse mevrouw wil graag het naadje van de kous weten en vraagt dan ook naar veel details. Ze vertelt dat ze 68 jaar oud is, maar dat ze graag op de hoogte blijft hoe alles reilt en zeilt. Als ware pelgrims dragen de broers met plezier hun steentje bij.

Als Wim en Joost op een camping staan, genieten ze graag van het comfort van stoel en tafel. Op één camping na (die in Tours), is dat altijd nog gelukt. In Frankrijk konden ze daar heel goed in het Frans om vragen, maar nu in Spanje is het een heel ander verhaal. Los Vandermalos spreken geen Spaans en de gebarentaal beheersen ze ook niet. Wim krijgt een goed idee. Hij pakt een blaadje uit het notitieboekje, tekent daarop twee tentjes naast elkaar, daaronder een tafel en twee stoelen. Met deze schets gaan ze op zoek naar de campingbaas.

Twee stoelos en los tafelos, por favor

Twee stoelos en los tafelos, por favor

Ze laten de tekening zien aan de campingbaas, wijzen eerst op de tentjes en vervolgens op zichzelf. Daarna wijzen ze op de tafel en stoelen en dan wijzen ze naar hem. Nogmaals wijzen ze op de stoelen en daarna wijzen ze op zichzelf. De campingbaas kan er wel om lachen en zegt “Si, si” en nog iets wat de broers niet verstaan. De broers willen duidelijk maken dat ze de tafels en stoelen morgen terug zullen brengen, maar nog voordat ze “mañana” hebben gezegd is het al in kannen en kruiken. Bij deze campingbaas kunnen de broers niet meer stuk, en dat is wederzijds.

Dit bericht is geplaatst in Spanje 2011. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.