Categorie archief: Tsjechië 2013

Ceske Velenice – Tulln

23 mei 2013. Omdat de broers niet in het hotel kunnen ontbijten zitten ze al vroeg op de fiets. Ze vatten het plan op om in Gmünd te kijken voor koffie en een broodje. Bij een Konditorei kiezen ze de middelste van de drie aangeboden Frühstücks, ruim voldoende om de ochtend door te komen. Opvallend is de vriendelijkheid van de Oostenrijkers, alsook de prijzen die ze hanteren!

Buiten Gmünd kunnen ze meteen aan de bak op hun eerste echte helling van dertien procent en er volgen er nog vele. De broers vinden het niet onprettig, want ze fietsen tenminste weer! Ze genieten van het heuvelachtige landschap en de mooie gele koolzaadvelden. Een deel van de route loopt langs een groot stuwmeer waar het redelijk vlak is. Voordat ze in het dorpje Gföhl zijn moeten Wim en Joost nog een flinke pukkel over, klimmend op hun kleinste verzet. Voor de afdaling hoeven ze niets te doen, maar door de snelheid is het wel vreselijk koud.

Vanaf Gföhl is het constant afdalen naar Krems a.d. Donau. Omdat het nog vroeg in de middag is, besluiten de broers om door te rijden naar Tulln, om van daaruit de volgende dag met de trein naar Wenen te gaan. Ze schatten de nog te overbruggen afstand te optimistisch in en zien bij het arriveren op de camping dat de dagteller op honderdzevenendertig kilometer staat.

Ze lichten Wytske en Patricia in dat Wim en Joost morgen naar Wenen komen. Ze nemen nog een dubbele Cup A Soup en een toetje ter aanvulling van het hoofdgerecht, wat vlak voor de camping al genoten in een Imbiss. Sinds lange tijd kunnen ze weer genoeglijk in hun tentjes slapen. Heerlijk!

Geplaatst in Oostenrijk 2013, Praag 2013, Tsjechië 2013 | Een reactie plaatsen

Nijkerk – Utrecht – Praag – Sadská – Praag – Ceske Velenice

Als je deze titel leest zul je wel denken “de vaders sporen niet”. De vaders sporen echt wel want ze hebben vrijwel alles per trein afgelegd! Om deze 21e mei op tijd voor de nachttrein van 19.28 uur in Utrecht te zijn, vertrekken de broers om 18.00 uur uit Nijkerk. Ze treffen het! Voor de afwisseling regent het weer eens, Nederland staat in de file en Wim en Joost dus ook. Traag vermindert de afstand op Tom- Tom, daartegenover lijken de horloge’s wel op hol geslagen net als de hartslag. Tergend langzaam schuiven ze voort door Utrecht, ondertussen contact houdend met Lennart die bij het station wacht om de auto over te nemen.

Enkele minuten voor vertrektijd zijn Wim en Joost bij de ingang van het station en hollen zo goed en zo kwaad als dat gaat met elk zes stuks bagage. Volledig uitgewoond komen ze aan op perron 14, de trein staat er nog. Ze rukken de eerste de beste deur open en gooien de bagage naar binnen. De deur sluit, het fluitje klinkt en de trein vertrekt. Wim en Joost zijn dermate uitgeput en gestresst dat ze nauwelijks nog naar Lennart kunnen wuiven!

Om in de gereserveerde couchette te komen, moet de bagage door zeven treinstellen versleept worden. Hier wacht de volgende verassing: ze hebben vannacht vier logé’s, twee Duitse jongens en een Nederlands koppel. Wim en Joost stouwen hun bagage, met behulp van de aanwezige mensen, zo goed en zo kwaad als het gaat, in de beperkte ruimte, wissen het zweet van het voorhoofd en vragen of het raam een eindje open mag. Al snel wordt de vraag gesteld wat ze met zoveel bagage moeten en besmuikt doen ze hun verhaal.

Wim en Joost tuigen op tijd en in overleg de bedden op en hopen op een ongestoorde nachtrust. Het blijkt dat ze dat wel kunnen vergeten als ze horen dat de ene Duitser er in Berlijn uit moet en de andere niet verder meereist dan Dresden. Rond elf uur ligt iedereen gestrekt en kan het zagen beginnen!

Om vier uur wordt het zaagwerk stilgelegd door de conducteur die de nodige moeite moet doen om de Berliner uit de droom te helpen. Het ritueel herhaalt zich om half zeven als de man uit Dresden aan de beurt is. Wim en Joost wachten netjes totdat ook hun onderliggers opstaan zodat ze van de bedden weer banken kunnen maken. Als ontbijt eten ze meegenomen bruine boterhammen en pellen een hardgekookt eitje. Koffie halen ze bij de pantry, á raison €3,00 per beker. De Nederlandse reisgenote vond dat ze dat maar niet om moesten rekenen naar guldens. Ze heeft gelijk, want het wordt er toch niet goedkoper door.

De broers hebben leuke gesprekken met hun medereizigers die voor een korte vakantie naar Praag gaan. De mevrouw vertelt dat ze tien jaar geleden voor haar studie stage gelopen had in een animatiestudio in Praag. Wim dacht, als fan zijnde, onmiddellijk aan Buurman & Buurman en waarachtig, het was nog waar ook! Uitvoerig en tot in detail wordt uit de doeken gedaan hoe de poppetjes en de filmpjes gemaakt werden en hoe minutieus men te werk ging. Ze genieten enorm van dit kijkje in de Buurman & Buurman-keuken.

Als bewijs dat ze echte fans zijn tonen Wim en Joost de Buurman & Buurman-kaarten die ze bij zich hebben voor Jade, Juul en Belle; de kleinkinderen van Joost. Ook voor de politie van Sadská hebben ze een mooie Buurman & Buurman meegenomen met het opschrift A je to (voor mekaar). Als ze in Praag arriveren nemen ze afscheid van de aardige reisgenoten en gaan op zoek naar een bagagekluis om alle tassen op te bergen.

Wim en Joost kopen een retourtje Sadská en een dagkaart voor de fietsen. Tijdens de twintig minuten wachttijd eten ze ondertussen een broodje. In Sadská aangekomen zijn we al snel op het politiebureau, maar helaas is het lunchtijd en moeten ze drie kwartier wachten. Wim en Joost treffen dezelfde agente die hen de vorige keer ook geholpen heeft en ze vervullen alle plichtplegingen die bij de teruggave van de fietsen horen, waaronder zes keer een formulier tekenen.

Nu alle formaliteiten achter de rug zijn is het tijd om de geschenken uit te ruilen. De broers krijgen twee fietsen, de Tsjechen twee pakjes stroopwafels en een bedankkaart. A Je To.

Wat onwennig rijden Wim en Joost naar het station, waar ze na twintig minuten kunnen vertrekken naar Praag. Daar aangekomen bepakken ze de fietsen, pinnen er nog wat Tsjechische kronen bij en kopen snel een kaartje naar Ceske Velenice, een plaatsje op de grens met Oostenrijk. Alsof de duivel er mee speelt, moeten ze weer op het verste perron zijn en tot overmaat van ramp ook nog de fietsen met bepakking tegen een trap op sjouwen.

Als ze boven zijn, is het perron leeg! Vette pech, ze moeten twee uur wachten. Wim en Joost tellen hun zegeningen en hun Tsjechische kronen, en komen niet verder dan een flesje mineraalwater en vier rozijnenkoeken. Twee uur later dan verwacht melden ze zich bij de vrouwelijke conducteur omdat ze voor de fietsen gereserveerd hebben.

De fietsen moeten in een bagageruim dat gedurende de reis wordt afgesloten. Alle bagage moet eraf en moeten ze meenemen naar de coupé. Met wat zieligheid en charme vermurwen de broers de goedlachse conducteur en laten de bagage bij de fietsen. Na twee uur treinen moeten ze overstappen en werkt de conducteur vlot hun spullen naar buiten (een metertje lager). Wim en Joost krijgen nog een gulle lach van haar en zij krijgt een paar klompjes.

De laatste anderhalf uur reizen ze in een boemeltreintje dat op ieder station van geen betekenis stopte. Het waren er maar vijftien! Het is al donker als ze in Ceske Velenice arriveren. Met behulp van een vriendelijke Oostenrijker vinden ze een hotelletje waar ze een kamer krijgen die zo groot is dat hij tevens dienst kan en mag doen als fietsenstalling.

De broers nemen geen enkel risico meer

De broers nemen geen enkel risico meer

De hotelhoudster is een aardige en behulpzame Vietnamese mevrouw, waar ze ter afsluiting van de dag nog gezellig een biertje drinken. Na het biertje zijn de broers het spoor bijster en gaan lekker slapen.

Geplaatst in Duitsland 2013, Nederland 2013, Praag 2013, Tsjechië 2013 | Een reactie plaatsen

Diepe dalen zonder wifi

De broers zijn inmiddels weer op de fiets gestapt en hebben al een hoop avonturen meegemaakt. Door de diepe dalen in het buitenland lukt het nog niet om de verhalen door te sturen, maar binnenkort kun je weer meer lezen over de broers en hun fietstocht.

Geplaatst in Praag 2013, Tsjechië 2013 | Een reactie plaatsen

Sadská

Het is 13 mei 2013.

Als Wim en Joost om half zeven ontwaken, schijnt de zon reeds uitbundig hun hotelkamer binnen. Zo te zien belooft het een mooie dag te worden. Ze hebben gisteren wat broodjes gekocht en ontbijten op de kamer. Na de afwas pakken ze de spullen in en gaan gewapend met de cijfercodes van de sloten naar het hok waar de fietsen gestald staan.

De broers gaan de hoteldeur uit en Wim ziet de deur van de stalling al open staan. Joost kijkt als eerste naar binnen en zegt: De fietsen staan er niet meer! Op de grond ligt nog een doorgeknipt kabelslot en het tweede is nergens meer te zien.

Op het moment dat ze elkaar nog verbouwereerd aankijken komt de werkster eraan fietsen (zij wel!). Met handen en voetenwerk maken ze haar duidelijk wat er gebeurd is en vragen haar om iemand van het hotel te bellen. De werkster maakt de broers duidelijk dat ze dat niet kan, maar dat er rond tien uur iemand iemand aanwezig zal zijn. Wim en Joost gaan terug naar boven en nemen contact op met de ANWB, waar ze beiden een reisverzekering hebben. Zij maken een dossier aan en dragen enkele ideeën aan hoe een en ander af te handelen.

Omdat ze toch moeten wachten, leggen de broers de nog vochtige tenten (die al drie dagen naar wat frisse lucht lagen te snakken) te drogen op de omheining van het hotel. De boel hangt net, als er toevallig een politieauto passeert (“Even wuiven misschien?”). De auto stopt en komt terug rijden. De broers vertellen dat hun fietsen gestolen zijn (ja, ja, Bas). De agente begrijpt de situatie en zegt dat ze over vijf minuten terug is, omdat ze eerst een collega weg moet brengen. Wim en Joost pakken snel de tenten weer in en zorgen dat ze gereed zijn voordat de agente weer terug is.

Ze bekijkt het PD (plaats delict) en de schoenzolen van Wim en Joost. Ze moeten wachten op de technische recherche. De hotelbeheerder is ondertussen ook aangekomen en zit behoorlijk met de situatie in zijn maag. De broers krijgen een kopje koffie aangeboden voor de schrik en daarna komt hij nog zeker om het kwartier vragen of we nog iets willen gebruiken. Hij heeft het goede met ons voor. Als de technische recherche gereed is met het sporenonderzoek, mogen ze al hun tassen in de politieauto laden en gaan mee naar het bureau voor het opstellen van het proces verbaal. Dit wordt heel nauwkeurig gedaan, geen detail blijft onbesproken.

Nadat ze het proces verbaal en nog een aantal verklaringen hebben ondertekend, bedanken Wim en Joost de agente voor haar ondersteuning en de aandacht die ze aan hun probleem heeft besteed. De klompjes zijn hier zeker op zijn plaats! Voordat de agente de broers naar het station van Sadská brengt, doet ze de doeltreffende uitspraak: “De Tsjechen hebben gouden handen, maar ze gebruiken ze soms verkeerd”.

Wim en Joost reizen naar Praag en informeren op het station naar de mogelijkheden om snel en comfortabel naar huis te gaan. Ze nemen de CityNightLine Praag – Amsterdam. Ze moeten nog enkele uren wachten en brengen deze door in een Burger King, want met elk zes tassen rondsjouwen ben je al gauw zat. De trein vertrekt stipt op tijd en onderweg herkennen de broers hele stukken van de route die ze de afgelopen week gefietst hebben. Als het donker wordt gaan ze aan het verslag werken.

Rond tien krijgen de broers Wytske aan de telefoon. Zij is gebeld door de Tsjechische politie, met de verheugende mededeling: “We hebben de fietsen teruggevonden, waar zijn de mannen? Ze kunnen de fietsen weer op komen halen!” Voor de tweede keer vandaag kijken de broers elkaar verbouwereerd aan. Hoe is het mogelijk?

Als ze nu vanavond de slaap maar kunnen vatten in hun couchette… Je maakt wat mee op zo’n dag! En dan zijn andere bijzondere gebeurtenissen van vandaag nog buiten beschouwing gelaten, zoals de hooligans en de M.E in de trein naar Praag en een handgemeen tussen twee mannen bij de Burger King…

Geplaatst in Praag 2013, Tsjechië 2013 | 2 Reacties

Praag

12 mei 2013. Vandaag slapen Wim en Joost uit tot kwart voor zeven, ontbijten sober samen met Euroshopper en Wieger Ketellapper en lopen in twintig minuten naar het station. Voor omgerekend € 8,75 mogen ze samen heen en weer naar Praag. Ze doen er ongeveer één uur over en moeten overstappen in Poricany.

In Praag worden de broers verrast, want er wordt vandaag een marathon gelopen. Voor Wim en Joost is het minder leuk, want vrijwel alle pleinen staan vol met allerlei spul wat bij zo’n marathon komt kijken. Er staat zelfs een mobiel hospitaal! Omdat een gedeelte van het parcours door de binnenstad loopt, zijn er vele dranghekken geplaatst. Waarschijnlijk werd het rechtstreeks op de televisie uitgezonden, gezien de hoeveelheid camera’s en straalzenders.

Wim en Joost vullen hun ontbijt aan bij MacDonalds en maken tevens gebruik van wifi en het toilet (ze mogen geen gebruik maken van de vele Dixi’s langs het parcours). Het toiletgebruik is niet gratis, maar kost tien kronen. Na betaling ga je via een tournette de toiletruimte in. Kinderen mogen gratis, maar moeten wel door een kunstig uitgezaagd figuur kunnen. Het was vermakelijk om te zien hoe sommige volwassenen, zich in allerlei bochten wringend, probeerden weer kind te zijn.

Ze bekijken de meest markante gebouwen, luisteren naar een bandje op de Karlsbrücke en bezoeken een kerk waar de dienst op zijn einde loopt. De kerk op zich heeft prachtige fresco’s. De broers hadden graag wat info opgehaald bij de tourist information, maar deze is vandaag gesloten. Omdat ze de afgelopen dagen onderweg regelmatig gele aanwijzingsbordjes zagen die betrekking hadden op fietsroutes, vroegen ze zich af of hier een boekje of een kaart van zou zijn.

Karlsbrücke

Praag

Praag

Ze hebben er veel moeite voor moeten doen, maar uiteindelijk vinden ze in een enorm grote boekhandel in het palladium wat ze zoeken. Op weg naar het station bezoeken ze nog het monument van Jan Palach, een Tsjechische student die op 16 januari 1969 zichzelf in brand stak uit protest tegen de bezetting van Tsjecho-Slowakije na de Praagse lente.

Zwaar vermoeid, alsof ze zelf de marathon gelopen hebben, treinen Wim en Joost terug naar hun hotelletje in Sadská.

Geplaatst in Praag 2013, Tsjechië 2013 | Een reactie plaatsen

Melnik – Sadská

Het is 11 mei 2013. Om half acht mogen Wim en Joost genieten van een ontbijtbuffet, de fietsen staan dan al bepakt en bezakt gereed. De bedoeling is om te kamperen bij het plaatsje Stará Boleslav dat iets boven Praag ligt. Na achtentwintig kilometer en even voor tienen zijn ze er al!

De camping is niet wat ze ervan verwachten, zelfs verre van dat. Hier willen de broers absoluut geen twee nachten doorbrengen en ze besluiten iets anders te zoeken in de buurt van een station, omdat ze morgen een dagje naar Praag willen met de trein. De keus valt op het nabij gelegen plaatsje Láznê Touseń, maar eerst koffie. Dat valt echter niet mee.

Bij een bakker denken ze raak te schieten, want hij prijst in de etalage diverse soorten koffie aan. Het blijft bij aanprijzen, want koffie wordt niet verkocht. Met een koek in de hand verlaten ze het winkelpand. Na de eerste hap stopt de vriendelijke fietser bij de broers, die ze even daarvoor hebben gesproken toen ze hem naar de weg vroegen. Hoewel Wim en Joost hem niet verstaan, begrijpen ze dat ze hem moeten volgen.

De koeken gaan de tas in en de broers moeten fors op de pedalen om hem bij te houden. Hij gidst hen naar een fietspad langs de Elbe wat Wim en Joost zelf, op zijn eerdere aanwijzingen, nooit gevonden hadden. Onderweg lopen ze twee mountainbikers in, waarmee de gids in conclaaf gaat. Hij regelt het dat deze jongens de broers verder begeleiden naar het verderop gelegen Celákovice.

Wim en Joost bedanken hun gids en bieden hem een paar delftsblauwe klompjes aan, alsmede hun visitekaartje. De mountainbikers zetten de broers af voor het station. Ze bekijken eerst of – en hoe laat – er treinen gaan naar Praag en gaan dan op zoek naar een verblijf voor de nacht. Ze volgen de bordjes naar het enige pension van het plaatsje. Bij elk nieuw bordje blijft het steeds tweehonderd meter. Als ze na één kilometer aankomen, blijkt alles volgeboekt en krijgen ze het advies door te rijden naar Mochov, wat circa vijf kilometer verderop ligt. Ze raadplegen de kaart en zien dat er ook een station is, dus dat zit goed.

Aan onderkomen geen gebrek, maar het station was in verre staat van ontbinding en aan de roestige rails te zien was hier al jaren geen trein meer geweest. Ondertussen begon het weer zachtjes te spikkelen. Bij een tankstation schuilen Wim en Joost even. Eindelijk kunnen ze hun aangesproken koek wegspoelen met een kopje koffie. Ze rijden door naar Sadská en inspecteren voor de derde keer vandaag een station (eigenlijk de vierde, als je het tankstation meetelt). Ook dit station ziet er bouwvallig uit maar de rails zijn in goede staat.

Binnen is een wachtlokaal, met zelfs een loket wat bevrouwd is. Volgens de dienstregeling kunnen ze van hieruit elk uur naar Praag. Nu nog een bed voor twee nachten en dan zijn ze onder de pannen. Een perfect Engels sprekende jonge vrouw wijst de broers op de twee mogelijkheden hier ter plaatse. Ze kiezen voor het eenvoudige hotel met één blauwe ster.

Gelukkig hebben ze een kamer voor de broers. Nadat ze de tassen naar boven gebracht hebben, eten ze eerst een broodje en verzorgen zichzelf en de was. Die hangt nu te drogen aan een geïmproviseerde waslijn die vanaf de gordijnroe (ja, ja Bas) via een kledingskast naar een kapstokhaakje loopt.

De geïmproviseerde waslijn

De geïmproviseerde waslijn

Wim en Joost weten inmiddels ook waar de blauwe ster op slaat, namelijk op de prijs en de uitstekende kwaliteit van de maaltijd. Waar krijg je tegenwoordig nog een voorgerecht, een hoofdgerecht, 0,8 liter bier en een heerlijke espresso voor nog geen tien euro?

Voor de broers als echte Zeeuwen kan de dag niet meer stuk.

Geplaatst in Praag 2013, Tsjechië 2013 | Een reactie plaatsen

Dêcin – Melnik

10 mei 2013. Om vier uur vierenveertig vraagt Joost aan Wim: “Hoe laat is het?” Wel een beetje vreemd als je net die irritant luid tikkende klok naar de badkamer hebt verbannen. Zo vroeg is Joost dus duidelijk van slag!

Als de broers tijdens het ontbijt naar buiten over de Elbe kijken zien ze de regendruppels ronde kringetjes in het water maken. De lucht erboven is grijs en grauw, dat voorspelt niet veel goeds. Ze trekken meteen de regenkleding aan en zetten koers naar Ústi nad Labem. Daar pinnen ze de allereerste kronen en kijken ondertussen uit naar een koffietent. Wim en Joost steken de Elbe over en belanden daar op het station, altijd goed voor koffie plus. Joost maakt nog even gebruik van het toilet terwijl Wim op de fietsen past.

Net toen Joost terug kwam, ziet Wim een oudere mevrouw die van bovenaf van de omhooggaande roltrap af komt stuiteren. De broers schieten te hulp, zien geen noodknop, en zijn genoodzaakt om met de met haar hoofd naar beneden liggende vrouw, haar zo goed mogelijk ondersteunend naar boven te gaan. Boven aangekomen trekken ze de vrouw het perron op. De broers roepen naar twee vrouwen op het perron om 112 te bellen voor een ambulance. Ze zien nu pas dat de mevrouw behoorlijk gewond is. De twee vrouwen vertellen dat ambulance onderweg is en dat zij bij de mevrouw blijven tot hij gearriveerd is.

Wim en Joost reinigen Joost zijn kanariegele regenjas van het bloed en verlaten de plaats des onheils. Als ze weer in hun gewone ritme zijn moet Joost zijn verhaal over het toiletbezoek nog even kwijt. Het systeem werkt als volgt: je komt binnen in een halletje, meldt je bij het loket met twintig cent, waar je van een mevrouw in ruil een muntje krijgt. Die moet in de automaat voor toegang tot de toiletruimte. Voordat je deze betreedt wordt je teruggeroepen, je mag dan een hoeveelheid reeds afgescheurde velletjes toiletpapier (wat je nodig denkt te hebben) uit een bakje meenemen naar een toilet wat niet op slot kan. Erg ontspannen zit je dan niet!

Het is ondertussen nog niet droog geweest als ze Litomêrice binnenrijden. De broers willen zich graag van binnen en van buiten verwarmen en bezoeken daarvoor een pizzeria. Inwendig gloeiden ze van de scherpe spaghetti met knoflook, uitwendig mislukte volledig doordat één van de aanwezige gasten zonodig het raam open moest zetten.

Wim en Joost kachelen aan één stuk door naar Melnik, waar ze hartelijk worden ontvangen door de eigenaresse van pension Hana. Zij zorgt dat ze wat spullen krijgen om de tassen en fietsen te reinigen van allerlei drek. Ze krijgen een mooie grote kamer met twee relaxfauteuils. Om wat te eten lopen de broers omhoog naar het centrum, waar ze met chop sticks een heerlijke maaltijd verorberen. Na het verlaten van het restaurant genieten ze nog van het prachtige uitzicht vanaf het hoogste punt bij het slot.

Een mooie slot van deze natte dag.

Geplaatst in Praag 2013, Tsjechië 2013 | Een reactie plaatsen